‘Ok, zeg wat je te zeggen hebt of zwijg en ga thee zetten ofzo, maar doe niet dit, ik kan echt niet tegen dat laffe half wel iets zeggen en half niets zeggen. Kom op, gooi het er maar uit of houd het voor altijd binnen.’
‘Je hebt gelijk.’
Ze zuchtte opnieuw en begon te praten, aarzelend maar toch.
‘Voorop gesteld dat ik je keuze respecteer he, ik wil je echt niets aanpraten, ik wil je niet overhalen tot iets wat je niet wilt en ik twijfel niet aan jou of aan je keuze. Maar ik zit er gewoon mee, dat je niets doet, niet vecht. Ik snap het gewoon niet.’
‘Ik vecht niet omdat het niet mijn ding is, het is niet wat ik zou willen, hoe ik mijn tijd zou willen doorbrengen.’
‘Maar hou je dan niet van het leven?’
‘Van het leven houden?! Lieve Maribelle, ik ben stapel op het leven! Op mijn leven! Ik leef mijn leven precies zoals ik het altijd gewenst heb, ik ben gek op míjn leven, echt.’
‘Maar waarom vécht je dan niet?! Wil je niet dat je leven dan wat langer duurt nog. Dat het nog wat langer mee gaat, er nog iets langer van genieten en niet opgeven?’
‘Ja natuurlijk! Maar je zegt het zelf al, ik zou willen dat dit leven, mijn leven nu, zoals het nu is, langer zou mogen doorgaan, nog wat langer zou mogen duren. Als ik ervoor zou gaan vechten, van alles proberen, medicijnen, behandelingen, levensstijl veranderingen, noem het maar op wat er kan en wat ze nog wel kunnen bedenken allemaal, dan zou het een ander leven zijn. Een leven dat ik niet wil, een leven van ziek voelen, van ellende, van al mijn tijd doorbrengen in ziekenhuizen, bij artsen, boven de toiletpot hangend, beroerd, onzeker, niet meer weten waar ik aan toe ben. Vechtend, ja, vechten, elke dag weer. Niet zoals nu met mijn handen in de potaarde, genietend van de lentezon, mijn wijntje vanavond, mijn zelfgebakken maar evengoed vreselijk ongezonde cake straks, dansend, genietend. Als ik zou gaan vechten dan zou ik precies dat opgeven en een ander leven hebben.
Het zou niet het verlengen van míjn leven zijn, het zou een ánder leven zijn en dat is wat er, misschien verlengd zou worden. Waarom zou ik dat in hemelsnaam willen?! Ik wil blijven zoals ik nu ben, leven zoals ik nu leef, niet vechtend ten onder gaan, maar genietend tot de laatste minuut, niets laten, niets niet doen, gewoon doorgaan tot het niet meer kan. Ik geef niet op, juist niet, ik ga juist gewoon door zoals ik nu doe en dat is wat mij betreft het mooiste cadeau dat ik mijzelf kan geven.
Als ik aan een vechtleven zou beginnen, is dat niet het leven dat ik wens te leven, dat zou voor mij juist opgeven betekenen, namelijk mijn huidige leven opgeven en inruilen voor een ander soort leven, het soort leven dat ik helemaal niet wil, nooit gewild heb en niet voor gekozen heb. Ik kies voor nu, niet uit naïviteit, maar uit liefde voor mijn huidige leven. Begrijp je wat ik bedoel?’
